EerstLetter

eg dat wapen neer!”

Op hun hoede en met de hand op hun wapen proberen agenten De Wit en Broekman de jongen te kalmeren die gevaarlijk met een mes staat te zwaaien.

Hij is slecht zichtbaar in het zwakke licht van de buitenlampen van een portiek. Een van de ruiten van de voordeur is kapot. Langzaam loopt hij de paar treden naar beneden tot hij op gelijke hoogte staat. “Oprotten”, sist hij. Beiden agenten trekken hun wapen. “Ga op de grond liggen”, beveelt De Wit. Even lijkt het erop dat de puber zijn mes neerlegt, maar dan stuift hij ineens naar voren. Broekman schiet hem in zijn been en de jongen valt kermend op de grond. De agent haalt diep adem en houdt zijn wapen op de jongen gericht. Heeft hij terecht geschoten?

Het is diep in de nacht als rijksrechercheur Klaas Stad het politiebureau binnenstapt. Ondanks het late tijdstip zijn er veel mensen aanwezig. De officier van dienst knikt hem toe en neemt hem mee naar een kamer. Klaas Stad moet uitzoeken wat er precies is gebeurd met als leidende vraag: heeft Broekman terecht geschoten?

Stad is al tien jaar rijksrechercheur en heeft zo’n onderzoek vaak meegemaakt. Vanwege de privacy van de verdachten mag hij niets vertellen over concrete casussen. Aan de hand van dit fictieve maar realistische voorbeeld legt hij uit wat zijn werk inhoudt.

Klaas Stad vervult in dit onderzoek de rol van coördinator. In de kamer waar de officier van dienst hem brengt, zijn alle betrokkenen bijeen. In een eerste gesprek brengt een van de leidingevenden hem op de hoogte van wat er is gebeurd. De rijksrechercheur maakt een lijst met wat er de komende dagen moet gebeuren en wat als eerste uitgezocht moet worden.

“Oprotten”, sist hij. Beiden agenten trekken hun wapen. “Ga op de grond liggen”, beveelt De Wit.”

Als Klaas Stad dat scherp heeft, loopt hij naar agent Broekman. Die heeft er al een lange dienst opzitten en is moe. Stad: “Voor agenten is een schietincident ingrijpend. Vaak gebeurt het ‘s nachts. De agent moet binnen 24 uur verhoord worden, maar uit onderzoek blijkt dat een agent beter eerst even tot zichzelf kan komen en kan bijslapen. Het verhoor doen we dan een dag later.”

Broekman vertelt kort de situatie. Zij kregen een melding dat een jongen liep te dreigen met een mes. Toen hij met zijn collega aankwam bij de woning, keerde de woede van de jongen zich tegen de agenten. Waarschuwingen hielpen niet. De jongen rende op hen af met mes. De enige optie was om hem neer te schieten.

Het grootste doel van het onderzoek is feiten verzamelen. Wat is er gebeurd? Dat doet de rijksrechercheur voor de officier van justitie. Die beslist uiteindelijk op basis van het dossier of er een aanleiding is om de agent te vervolgen. Als dat zo is, spant de officier een rechtszaak aan en beslist de rechter uiteindelijk of de agent schuldig is en welke straf hij krijgt.

Klaas Stad overlegt tijdens het onderzoek regelmatig met de officier van justitie over de voortgang. Het eerste overleg gaat over hoe de agent wordt verhoord. Als getuige, of als verdachte. Klaas Stad: „In principe horen we agenten als getuigen. Alleen als we vermoeden dat de agent niet had mogen schieten, wordt hij als verdachte verhoord.”

Afgelopen jaar: 33 schietincidenten

De Rijksrecherche heeft in 2014 onderzoek gedaan naar 33 incidenten waarbij politiefunctionarissen in de uitoefening van hun functie gebruik hebben gemaakt van het vuurwapen. In de grafiek hiernaast ziet u het aantal schietincidenten van de afgelopen vijf jaar en het aantal doden of gewonden dat daarbij viel.

Ga met de muis over de grafiek en bekijk de exacte waarden.
Opmerking: de doden vielen niet door politiekogels

Stad heeft inmiddels een eigen plekje op het politiebureau gekregen vanwaar hij de komende dagen zal werken. Hij krijgt hulp van andere rijksrechercheurs zodat niemand verhoort wordt door een directe collega.

Hij wordt gebeld door een collega van het Forensisch Onderzoeksteam. Ook zij moet voldoende afstand hebben van de schutter zodat ze de ‘plaats delict’ onpartijdig kan onderzoeken. De plek is op de foto gezet en er is gezocht naar sporen. Kogelhulzen en kogelpunten zijn belangrijk. Die vertellen waar de schutter stond en hoe groot de afstand was naar het slachtoffer. De plaats wordt vaak in een 360 graden foto helemaal vastgelegd zodat de plaats altijd later nog een keer digitaal bekeken kan worden.

Verhoord als getuige: een agent vertelt zijn verhaal. Verhoord als verdachte: een agent heeft recht op een advocaat en mag zich beroepen op zijn zwijgrecht.

Een collega van Stad verhoort Broekman. Dat zijn lange verhoren met soms lastige vragen voor een agent. Een „absolute uitputtingslag” zegt Stad. De rechercheur volgt altijd een bepaald patroon in zijn verhoor. Hij begint met feitelijke vragen zoals in welke auto reden Broekman en De Wit, hadden ze kogelwerende vesten aan, etc. Dan gaat hij naar de melding. Was bij de melding al bekend dat de man een wapen had? Hij vraagt verder naar de situatie ter plaatse. Was het donker of licht? Waren er andere mensen op straat? Wat gebeurde er? En dan komt het kritische gedeelte: waarom schoot de agent? Kon hij het niet af met pepperspray? Hoe groot was het risico dat hij iemand anders raakte? Was het een optie om de verdachte te laten gaan?

Uit de andere verhoren met de getuigen en het slachtoffer blijkt dat de jongen psychotisch was. Hij had eerder die dag al ruzie gehad met de bewoner van het huis. ‘s Avonds kwam hij hem opzoeken en sloeg een ruit kapot. De mensen in het huis belden de politie. Toen die aankwam, richtte de puber zijn woede op de agenten.

Of een agent wel of niet rechtmatig heeft gehandeld is niet zwart-wit. Volgens Stad gaat het om de vraag of de agent geen andere mogelijkheid had om te schieten. En in hoeverre hij handelde uit zelfbescherming.

Maar het is uiteindelijk niet de taak van rijksrechercheur Klaas Stad om daar een oordeel over te vellen. “Wij moeten de feiten vinden. De officier van justitie beslist of er een rechtszaak komt.”

Stroomschema
Afleveringsfoto

Agent onder Vuur
Bekijk de reportage

Nederlandse politieagenten hebben het afgelopen jaar 33 keer geschoten op verdachten. Het gevolg is dat ze soms zelf in het verdachtenbankje belanden. Zaterdag 14 februari in Dit is de Dag Reportage 21.15 op NPO2. Meer informatie vindt u op www.eo.nl/ditisdedag