at weten we over misbruik door Nederlandse missionarissen? Waar kunnen buitenlandse slachtoffers heen met hun verhaal? En wat gebeurt er met de daders? Lees ons complete onderzoek.

Er zijn weinig landen in de wereld die zoveel missionarissen hebben uitgezonden als Nederland. Op het hoogtepunt, in 1963, zijn er wereldwijd 8866 Nederlandse missionarissen actief. 1 op de 11 missionarissen is op dat moment van Nederlandse afkomst. Sommigen werken als priester, andere werken in het onderwijs of de gezondheidszorg. In de kaart hieronder een overzicht van alle Nederlandse missionarissen per land in 1963.

Ondanks het grote aantal is er in Nederland nooit onderzoek gedaan naar seksueel misbruik door missionarissen in het buitenland. Ons onderzoek begint op de website van het Meldpunt Misbruik RKK, het officiële meldpunt van de katholieke kerk in Nederland. We bekijken meer dan 700 geanonimiseerde meldingen die op de website staan, op zoek naar aanwijzingen van misbruik in de missie.

Scroll naar beneden op deze pagina om ons onderzoek te lezen en een datavisualisatie te bekijken.
Pijl

We vinden tientallen voorbeelden van paters en priesters die schuldig zijn bevonden aan misbruik en als missionaris in het buitenland hebben gewerkt. In sommige gevallen werden geestelijken zelfs bewust overgeplaatst naar een ander land vanwege het misbruik. Op de kaart staan tien voorbeelden van uitgezochte zaken. Klik op het icoon van een geestelijke om te lezen wat de beschuldigingen tegen deze priester of pater zijn.

Niemand weet hoe groot het probleem is. De commissie Deetman, die in opdracht van de kerk het misbruik onderzocht, heeft zich volledig gericht op Nederland.

De frustratie van Pedro
Waar kunnen buitenlandse slachtoffers van Nederlandse missionarissen heen als ze melding willen maken van het misbruik? Om daar achter te komen spraken we met verschillende slachtoffers. Een van hen is Pedro. Pedro is dertien als in 1955 zijn in vervulling gaat. Hij mag naar het juvenaat, de vooropleiding van de Dominicanen in Willemstad.

De droom van Pedro wordt ruw verstoord als een Nederlandse pater op het juvenaat ‘s nachts bij Pedro op zijn kamer komt. Meerdere keren wordt Pedro door pater Dominicus misbruikt. Na een half jaar verlaat Pedro gedesillusioneerd het juvenaat.

In 2011 vertelt Pedro zijn verhaal aan de commissie Deetman in Nederland. De commissie laat hem weten niets te kunnen doen omdat het misbruik zich niet in Nederland heeft afgespeeld. Hij wordt doorverwezen naar de commissie Koeijers op Curaçao, de commissie die het misbruik op de Nederlandse Antillen onderzoekt.

Zonder duidelijke reden wordt ook daar zijn klacht niet in behandeling genomen, tot grote frustratie van Pedro. Bekijk hieronder hoe we de commissie Koeijers confronteren met Pedro’s klacht.

Begin 2015 ontdekt Pedro dat het Meldpunt Misbruik RKK in Nederland ook klachten in behandeling neemt van buitenlandse slachtoffers van Nederlandse missionarissen. Daar is de klacht nu in behandeling.

Ook andere slachtoffers die we spreken zijn van het kastje naar de muur gestuurd. In het land waar ze wonen worden ze niet serieus genomen en in Nederland wordt hen verteld dat ze toch echt in het land moeten zijn waar het misbruik heeft plaatsgevonden. Kirsten Sandberg, voorzitter van de VN-commissie voor de Rechten van het Kind vindt dit een groot probleem, zo vertelt ze ons:

Het is onacceptabel als slachtoffers niet de compensatie krijgen waar ze recht op hebben en niet de mogelijkheid krijgen te klagen, alleen omdat ze uit een ander land komen. Het zou niet mogen uitmaken waar ze vandaan komen.

Het Meldpunt Misbruik RKK laat weten dat het in theorie mogelijk is voor buitenlandse slachtoffers om een klacht in te dienen, maar alleen onder strenge voorwaarden. Volgens het meldpunt hebben ze tot nu toe 23 meldingen ontvangen van buitenlandse slachtoffers. Drie zaken zijn gegrond verklaard en drie andere mensen hebben zelf een schikking getroffen met een congregatie. Tot 1 mei kunnen slachtoffers zich nog melden bij het meldpunt. Volgens Stijn Fens wordt het daarna nog lastiger om erkenning te krijgen.

Buitenlandse slachtoffers van Nederlandse missionarissen kunnen eigenlijk maar één ding doen: voor de deur van de orde of congregatie gaan liggen om je recht te halen. En ze mogen hopen dat ze het geluk hebben dat ze een orde of congregatie treffen die hun klachten serieus neemt.

Kinderen in Brazilië
De meeste daders zijn inmiddels overleden. Maar wat gebeurt er als de dader nog leeft? We spreken vier mannen die als pater of priester in het buitenland hebben gewerkt en door het meldpunt schuldig zijn bevonden aan seksueel misbruik in Nederland. Eén van hen is lang geleden zelf uit de congregatie gestapt. Twee zitten in een rusthuis in Nederland, en zeggen nooit een berisping te hebben gekregen van hun congregatie.

Tot onze verbazing is er één missionaris die nog altijd zegt te werken met kinderen. Het gaat om broeder Cornelio, die als missionaris werkt in Brazilië. Van 1962 tot 1988 was hij leider en oprichter van katholiek jongerenwerk in Vught. Hij organiseerde kinderkampen en gaf handvaardigheid aan kinderen. Drie mannen hebben aan het Meldpunt Misbruik RKK verklaard dat ze als kind in de jaren ’70 meerdere malen zijn misbruikt door de pater op een kinderkamp. Ook zagen ze hoe hij andere jongetjes misbruikte. Het meldpunt heeft alle klachten gegrond verklaard.

In 1988 vertrok broeder Cornelio naar Brazilië om daar een dagopvang voor kinderen te beginnen. We bellen hem op om te vragen of hij inderdaad jongens heeft misbruikt en of hij nog altijd met kinderen werkt. Bekijk hieronder het bijzondere telefoongesprek dat we met de broeder hebben.

De congregatie, de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, is zeker vanaf 2012 op de hoogte van het misbruik. Aan één van de slachtoffers belooft de congregatie begin 2014 ‘passende maatregelen’ te gaan treffen tegen broeder Cornelio. De broeder zelf zegt daar nooit iets van gemerkt te hebben.

Schuldig bevonden missionarissen kunnen in het buitenland dus nog altijd actief zijn. Kirsten Sandberg, voorzitter van de VN-commissie voor de Rechten van het Kind vindt dit erg zorgelijk. Ze pleit daarom voor een structurele oplossing.

Het Vaticaan en de katholieke kerk zouden in elk land een systeem moeten maken om te voorkomen dat priesters die kinderen hebben misbruikt daarmee door kunnen gaan.

De congregatie van broeder Cornelio wil niet reageren op onze bevindingen. Het blijft daarom onduidelijk waarom de broeder niet in een rusthuis in Nederland zit, ver weg van de Braziliaanse kinderen.

Delen op sociale media